Protecting bearings under combined extreme demands 1

Case studies

Lagers

Wanneer één vet niet voldoende lijkt: bescherming van rollagers onder gecombineerde extreme belasting

Oververhitting van rollagers geëlimineerd in een hogesnelheid cellulose hamermolen

Sommige lagertoepassingen worden niet gekenmerkt door één veeleisende factor, maar door meerdere tegelijk. Een producent van hygiëneproducten in Italië werkte met een Siemens cellulose hamermolen waarbij een lager draaide aan 3.000 tpm onder een radiale belasting van ongeveer 5 kN, in een omgeving die continu vervuild was met cellulose stof. Elk van deze omstandigheden afzonderlijk beperkt al de keuze aan geschikte smeermiddelen. In combinatie sluiten ze de meeste vetten uit. Interflon Grease HS2 is specifiek ontwikkeld voor dit type toepassing: variabele, gecombineerde belasting waarbij een klassiek vet, geoptimaliseerd voor één specifieke werking, onvermijdelijk tekortschiet.

Protecting bearings under combined extreme demands 2

De toepassing: drie belastingen, één rollager

De molen is uitgerust met een SKF 2213 ETN9-C3 zelfinstellend dubbelrijig kogellager, een variant met C3 interne speling die specifiek is ontworpen voor toepassingen met hogere thermische uitzetting en dynamische belastingen.

Het lager heeft een binnendiameter van 65 mm en een buitendiameter van 120 mm, wat resulteert in een gemiddelde diameter van 92,5 mm. Bij 3.000 tpm komt dit overeen met een DN-waarde van ongeveer 277.500 mm·tpm, een niveau waarop de keuze van het vet cruciaal wordt en het aantal geschikte producten aanzienlijk afneemt. Het lager werkt onder een radiale belasting van ongeveer 5 kN. De procesomgeving genereert een continue stroom fijne cellulosedeeltjes die in lagerhuizen binnendringen en het smeervet verontreinigen.

Deze drie omstandigheden versterken elkaar en maken smering aanzienlijk complexer dan wanneer ze afzonderlijk optreden:

  • Bij 3.000 tpm ontstaan blijvende schuifkrachten die de verdikkingsstructuur van conventionele vetten na verloop van tijd afbreken, wat de smeerfilm en oppervlaktbescherming aantast.
  • Onder een radiale belasting van 5 kN leidt elke verslechtering van de smeerfilm rechtstreeks tot metaal-op-metaalcontact, met versnelde wrijving en slijtage als gevolg.
  • Cellulose is sterk absorberend en vezelachtig, eigenschappen die de vorming van een stabiele oliefilm op lageroppervlakken verstoren en de structuur van het smeervet afbreken. In combinatie met de schuifkrachten van hoge snelheden en de contactspanningen bij hoge belasting werkt deze contaminatie niet enkel versterkend, maar vermenigvuldigt ze het probleem.

Elke factor versnelt de degradatie veroorzaakt door de andere, wat leidt tot omstandigheden waarin wrijving, slijtage en afbraak van het smeermiddel exponentieel toenemen.

Dit is een typisch werkingsprofiel dat de beperkingen blootlegt van vetten die ontwikkeld zijn voor stabiele, stationaire omstandigheden en die geen rekening houden met sterk impactvolle vervuiling. Een vet dat enkel geoptimaliseerd is voor hoge snelheden kan de rotatie aankunnen, maar onvoldoende bescherming bieden wanneer belasting en vervuiling de effectieve smeerfilm verminderen. Een vet dat ontwikkeld is voor hoge belastingen kan die belasting opvangen, maar degradeert te snel onder langdurige schuifkrachten bij hoge snelheid.

De meeste vetten vereisen een compromis. Grease HS2 niet.

Voor de overstap

De hamermolen draait op vier rollagers, die continu worden gemonitord via het Siemens SIMATIC-systeem. Het resultaat - vóór de overstap naar Interflon Grease HS2 - was een consistent en verslechterend patroon: verharding van het vet, vervuiling van het smeervet, frequente lekkage aan de afdichtingen en lagertemperaturen die opliepen tot boven de waarschuwingsdrempel van 65°C. Meerdere keren overschreed lager 4 de automatische uitschakelgrens van 75°C, waardoor de productielijn stilviel en operatoren het lager moesten demonteren, reinigen en opnieuw smeren vóór heropstart.
 

Bearing temperature monitor shortly before the intervention

De Siemens SIMATIC temperatuurmonitor van de lagers vlak vóór de interventie toont: lager 1 op 64,4°C, dicht bij de waarschuwingsdrempel van 65°C. De smeertimer geeft aan dat het nasmeerinterval met meer dan 22 uur is overschreden. Waarschuwingsdrempel: 65°C. Automatische uitschakeldrempel: 75°C.

“Wanneer het monitoringsysteem 60°C overschrijdt, stopt de machine automatisch en moeten operatoren het lager demonteren en reinigen.”
Uit de onderhoudsrapporten van de site, producent van hygiëneproducten, Italië

Waarom Grease HS2 presteert waar andere vetten tekortschieten

Interflon Grease HS2 is geen vet specifiek voor hoge snelheden, hoge belastingen of enkel contaminatiebestendigheid. Het is ontwikkeld om consistente bescherming te bieden onder al deze omstandigheden tegelijk, precies wat deze toepassing vereist.

Drie eigenschappen van Grease HS2 zijn hier rechtstreeks van belang:

De smeerfilm past zich aan de bedrijfssnelheid aan binnen een temperatuurbereik van -35°C tot +120°C. Bij 3.000 tpm behoudt het een beschermende smeerfilm die geoptimaliseerd is om interne wrijving en temperatuurstijging te beperken. Tijdens start-stopcycli en belastingovergangen, wanneer metaal-op-metaalcontact het meest waarschijnlijk is, wordt de smeerfilm dikker om oppervlakscheiding te garanderen. Dit is geen compromis tussen twee prestatieniveaus, maar consistente bescherming over het volledige bereik.

Het niet-polaire verdikkersysteem maakt een zeer hoge additiefwerking mogelijk die effectief blijft over het volledige smeerinterval, niet enkel onmiddellijk na het aanbrengen. In een omgeving met hoge schuifkrachten is dit cruciaal: het vet verliest zijn beschermende capaciteit niet binnen enkele uren na nasmering en vertoont geen geleidelijke afname van prestaties door uitputting van additieven. Met Grease HS2 blijft het additievenpakket zowel de olie als de oppervlakken op een constant hoog niveau beschermen.

MicPol® is Interflons gepatenteerde technologie voor wrijvingsreductie. Gemicroniseerde, gepolariseerde additieven hechten zich rechtstreeks aan het metaaloppervlak en vormen een beschermende barrière die effectief blijft tussen smeerintervallen. In deze toepassing fungeert deze laag ook als fysieke barrière die helpt voorkomen dat cellulosevezels de loopbaan en de C3-speling van het lager bereiken. Zo wordt voorkomen dat cellulose de basisolie absorbeert, wat anders de degradatie van het vet zou versnellen. De technologie is vrij van PFAS, microplastics en nanotechnologie.

De interventie

De Interflon Technisch Adviseur reinigde het lager grondig met Interflon Eco Degreaser, waarbij alle resten van het eerder verharde smeermiddel werden verwijderd. Deze stap is cruciaal, ongeacht welk vervangend product wordt gebruikt: achtergebleven gedegradeerd vet beperkt de prestaties van elk nieuw smeermiddel en introduceert opnieuw de contaminatie die het oorspronkelijke probleem veroorzaakte.

Vervolgens werd het lagerhuis manueel opnieuw gevuld met Grease HS2 met behulp van een vetspuit en opnieuw gemonteerd binnen één gepland onderhoudsvenster.
 

Bearing during preliminary cleaning and relubrication with Interflon Eco Degreaser and Grease HS2

Het SKF 2213 ETN9-C3 lager tijdens de voorbereidende reiniging en nasmering. Interflon Eco Degreaser werd gebruikt om alle resten van het eerder verharde smeermiddel te verwijderen vóór de applicatie van Grease HS2. Een volledige verwijdering van gedegradeerd vet is in deze toepassing essentieel: achtergebleven vervuild smeermiddel vermindert de effectiviteit van elk vervangend product, ongeacht de formule.


Resultaten

Temperatuurdata werden continu geregistreerd via het Siemens SIMATIC-monitoringsysteem van de installatie, over alle vier de lagers van de molen. Na nasmering met Grease HS2 op 5 augustus 2025 stegen de lagertemperaturen kort tijdens de initiële inloopfase, wanneer het vet zich over de lageroppervlakken verdeelt. Vervolgens daalden ze snel en keerden terug naar een stabiel basisniveau van 50–55°C, dat voor het laatst werd gemeten vóór april 2025.
 

Bearing temperatures across all four mill bearings

Temperatuurverloop van de vier lagers van de molen, februari tot september 2025. Lagers 1 en 3 draaiden gedurende de volledige meetperiode op het OEM-voorgeschreven Klüber Isoflex NBU 15. De sterke temperatuurdaling bij lager 4 (paars) op 5 augustus markeert het moment van nasmering met Interflon Grease HS2, waarna de temperatuur terugkeerde naar het stabiele niveau van vóór april 2025. De geleidelijke stijging vanaf eind september is te verklaren door seizoensgebonden omgevingsfactoren en een hogere productiebelasting; het lager bleef gedurende deze periode functioneren zonder nasmering. De geïsoleerde piek bij lager 2 (roze) op 21 augustus werd veroorzaakt door reeds aanwezige mechanische schade, los van smering.

Metric Voor Grease HS2 Na Grease HS2
Piektemperatuur lager 70°C → >75°C (stilstand) 50–60°C (stabiel)
Automatische productiestilstanden Herhaaldelijk Geen
Conditie van het vet Verhard, vervuild, lekkage Stabiel, geen lekkage
Lagervervanging nodig Ja (lager 2) Geen
“Wij zijn ervan overtuigd dat Grease HS2 optimale prestaties levert in toepassingen met hoge snelheden (3.000 tpm) en hoge inertiële belastingen (ongeveer 5 kN).”
Maintenance Engineer, producent van hygiëneproducten, Italië, augustus 2025

Een afzonderlijke temperatuurpiek bij lager 2 op 21 augustus werd veroorzaakt door reeds bestaande lagerschade die geen verband hield met smering. Grease HS2 vertraagde de verdere degradatie en het lager werd vervangen tijdens een geplande interventie, zonder impact op de productie. Na de overstap deden zich geen noodstilstanden meer voor.

Lagers 1 en 3 bleven gedurende de volledige meetperiode draaien op het door de OEM voorgeschreven Klüber Isoflex NBU 15. Hun temperatuurprofielen bleven hoger en minder stabiel dan dat van lager 4 na de overstap naar Grease HS2, wat zorgde voor een onbedoelde maar directe vergelijking onder identieke bedrijfsomstandigheden binnen dezelfde machine.

Op het moment van schrijven blijft lager 4 functioneren zonder nasmering sinds de oorspronkelijke interventie op 5 augustus 2025.

Op basis van de gedocumenteerde resultaten heeft de site Interflon officieel geregistreerd als directe leverancier en Grease HS2 opgenomen in de lijst van goedgekeurde voorraadproducten. Deze beslissing weerspiegelt vertrouwen in consistente, reproduceerbare prestaties, en niet in een eenmalige oplossing.

Combineert uw toepassing meerdere smeeruitdagingen?

Als hoge snelheden, hoge belastingen of procesvervuiling herkenbaar zijn, kan een niet-afgestemde smeerstrategie de prestaties van uw rollagers beperken. Neem contact op met een Interflon Technisch Adviseur en ontdek wat mogelijk is.

Auteur: Janneke van der Pol
Gebaseerd op technische documentatie en velddata van: Vincenzo Tais, Technical Director, Interflon Italy

 

Grease HS2 voor variabele bedrijfsomstandigheden

Deze case study maakt deel uit van een bredere analyse van de prestaties van Interflon Grease HS2 in rollagertoepassingen met variabele bedrijfsomstandigheden, waaronder elektromotoren, transportbanden en aandrijfassen.

NAAR DE PAGINA OVER GREASE HS2 OPLOSSINGEN

Ss 2035451228 two man production plant laptop 1

Veelgestelde vragen over lagersmering in hogesnelheidstoepassingen

De smering van de rollagers in deze cellulose hamermolen was complex omdat drie veeleisende factoren gelijktijdig aanwezig waren: een DN-waarde boven 195.000 mm·tpm, een radiale belasting van ongeveer 5 kN en continue vervuiling door cellulose stof. Elk van deze factoren afzonderlijk beperkt al de keuze aan geschikte vetten. In combinatie sluiten ze de meeste vetten uit. Cellulose is sterk absorberend en vezelachtig, en versnelt in combinatie met hoge schuifkrachten en belasting zowel de afbraak van het smeermiddel als de slijtage van lageroppervlakken. Een vet dat ontwikkeld is voor één van deze omstandigheden zal onderpresteren wanneer de andere gelijktijdig optreden.

De korte temperatuurstijging na nasmering is de normale inloopfase: de periode waarin het verse vet zich gelijkmatig over de lageroppervlakken verdeelt en de smeerfilm zich volledig opbouwt. Volgens de richtlijnen van Interflon duurt deze fase doorgaans twee tot vijf uur. Nadien stabiliseert de temperatuur binnen het normale bedrijfsbereik. In deze toepassing keerde lager 4 terug naar het stabiele niveau van 50–55°C, zoals voor het laatst gemeten vóór april 2025, en blijft het functioneren zonder nasmering sinds de interventie op 5 augustus 2025.

Lagers 1 en 3 bleven gedurende de volledige meetperiode draaien op het door de OEM voorgeschreven Klüber Isoflex NBU 15, terwijl lager 4 op 5 augustus 2025 werd overgeschakeld naar Interflon Grease HS2. Het verschil in temperatuurprofielen tussen lager 4 en lagers 1 en 3 na die datum vormt een onbedoelde maar directe vergelijking onder identieke bedrijfsomstandigheden binnen dezelfde machine. De data toont aan dat de verandering van smeervet bij lager 4 op zichzelf verantwoordelijk is voor het verschil in thermische stabiliteit.

De combinatie van een hoge DN-waarde, aanzienlijke radiale belasting en procesvervuiling is representatief voor een bredere klasse van lagertoepassingen waarin standaardvetten tekortschieten. Interflon Grease HS2 is ontwikkeld voor rollagertoepassingen waarin bedrijfsomstandigheden variëren of meerdere veeleisende factoren gelijktijdig voorkomen, zoals lagers in transportbanden, elektromotoren en aandrijfassen in vervuilde of hogesnelheidsomgevingen.