Waarom een klein aantal beheersbare oorzaken het grootste deel van de stilstand veroorzaakt, en hoe u effectief prioriteiten stelt
Het Pareto-principe in smeermanagement
In de meeste industriële installaties, groot of klein, is een terugkerend patroon zichtbaar: een beperkt aantal oorzaken is vaak verantwoordelijk voor het merendeel van de storingen en stilstand.
Dit fenomeen staat bekend als het Pareto-principe (vaak aangeduid als de 80/20-regel) en is zeer relevant voor smeerbeheer.
De exacte verhouding verschilt per fabriek, industrie en dataset, maar het onderliggende principe blijft hetzelfde: een klein aantal dominante oorzaken veroorzaakt doorgaans een onevenredig groot aandeel van storingen, stilstand en onderhoudsinspanningen.
Door te begrijpen welke faalmechanismen de grootste impact hebben, kunt u als onderhoudsteam de betrouwbaarheid verbeteren, het aantal arbeidsuren verlagen en dichter bij de ideale onderhoudstoestand komen waarin assets op maximale prestaties draaien: de Optimum Reference State (ORS).
Het Pareto-principe in de praktijk
- Een beperkt aantal faal-oorzaken is doorgaans verantwoordelijk voor het merendeel van de storingen.
- Een relatief kleine groep machines is vaak goed voor een onevenredig groot deel van de totale stilstand.
Deze verdelingen zijn zelden exact 80/20, maar zijn doorgaans wel zodanig scheef verdeeld dat gerichte prioritering gerechtvaardigd is.
De 3 dominante, beheersbare oorzaken van storingen in gesmeerde assets
1. Contaminatie
Analyses van vroegtijdige lagerstoringen laten consequent zien dat contaminatie een belangrijke oorzaak is van voortijdig falen. Vergelijkbare mechanismen gelden ook voor andere gesmeerde componenten, zoals kettingen en tandwielkasten.
Vuil, vocht en reinigingsmiddelen kunnen in de contactzone terechtkomen en de smeerfilm aantasten. Zelfs microscopisch kleine deeltjes zijn al voldoende om abrasieve slijtage, oppervlakteschade en versnelde vermoeiing te veroorzaken.
Omdat contaminatie een externe verstoring is, vereist dit specifieke preventieve maatregelen, zoals effectieve afdichting, een hoge mate van reinheid en gecontroleerde smeerpraktijken.
2. Onjuiste of onvoldoende smering
Naast contaminatie is onjuiste smering een dominante en grotendeels beheersbare oorzaak van voortijdig falen. Analyses uit de industrie van vroegtijdige lagerstoringen tonen aan dat smeergerelateerde oorzaken verantwoordelijk zijn voor ongeveer 40–50% van de gevallen, afhankelijk van de toepassing en de bedrijfsomstandigheden.
Onjuiste smering — bijvoorbeeld door een ongeschikt smeermiddel, een verkeerde viscositeit, overmatige smering of juist te weinig smering — verstoort het smeerregime. Een te dunne smeerfilm leidt tot grenssmering en adhesieve slijtage, terwijl een te hoge viscositeit de wrijving verhoogt, extra warmte genereert en de degradatie van het smeermiddel versnelt.
Deze storingen zijn in grote mate te beheersen door de juiste productkeuze, correcte dosering en een consistente uitvoering van smeertaken.
3. Assembly and alignment errors
Montage- en uitlijnfouten komen minder vaak voor dan smeergerelateerde problemen, maar hebben vaak een onevenredig grote impact op de levensduur van componenten. Kleine afwijkingen in lagerpassingen, asuitlijning of tandwielvertanding verhogen de lokale contactspanningen, verminderen de effectieve smeerfilmdikte en versnellen vroegtijdig falen.
Pareto-perspectief op beheersbare faalmechanismen
Gezamenlijk vormen contaminatie, smeergerelateerde problemen en montage- en uitlijnfouten de grootste groep beheersbare oorzaken van storingen in gesmeerde assets. Deze clustering illustreert duidelijk de praktische relevantie van Pareto-denken binnen onderhoud en reliability engineering.
Vermoeiing blijft een belangrijk faalmechanisme, maar is doorgaans het eindresultaat van onderliggende problemen zoals onvoldoende smering, contaminatie of onjuiste belasting. Om die reden wordt vermoeiing hier primair beschouwd als een gevolg, en niet als een directe onderhoudshefboom.
Door te focussen op het beperkte aantal dominante en beheersbare faalmechanismen kunnen onderhoudsteams een onevenredig groot deel van de betrouwbaarheidsproblemen aanpakken — een praktische en realistische toepassing van het Pareto-principe binnen smeerbeheer.
Hoe u de 20% in uw fabriek identificeert
Het herkennen van de beperkte groep oorzaken die het grootste deel van de problemen veroorzaakt, is de echte kracht van het Pareto-principe. In de praktijk kan dit worden gedaan zonder complexe conditiebewaking. Onderhoudsteams kunnen een gestructureerde aanpak volgen op basis van:
- Analyseer onderhoudslogboeken en stilstandsregistraties
– Welke assets vallen vaker uit dan gemiddeld of veroorzaken een onevenredig groot deel van de stilstand?
– Terugkerende problemen (bijvoorbeeld kettingen die snel uitrekken, lekkende tandwielkasten of lagers die te vroeg falen) wijzen meestal op de kritische oorzaken. - Cluster faalmechanismen
– Groepeer storingen in categorieën: contaminatie, smeerproblemen, montage-/uitlijnfouten, overbelasting en corrosie.
– In de meeste fabrieken verklaren twee of drie categorieën het merendeel van de storingen. - Voer een nulmeting uit
– Een gestructureerde beoordeling van smeerpraktijken, productkeuze en smeerroutes geeft een objectief beeld van de risico’s.
– Een nulmeting laat snel zien waar smeerpunten te vaak of juist te weinig worden gesmeerd, welke producten ongeschikt zijn en waar de kans op contaminatie het grootst is. - Gebruik ILAC Pro™ om prioriteiten te beheren
– Zodra de nulmeting is uitgevoerd, kan ILAC Pro™ helpen inzichtelijk te maken welke smeerpunten de meeste tijd kosten, het grootste risico vormen of cruciaal zijn voor de betrouwbaarheid van de productie.
Toegepast op verschillende componenten
| Componenten | Belangrijkste risico's | Aanpak |
|---|---|---|
| Lagers | Contaminatie en grenssmering | Integriteit van afdichtingen, conditiebewaking (trillingsmetingen, olieanalyse), smeermiddelen die een stabiele smeerfilm behouden |
| Kettingen | Contaminatie, over- of ondersmering | Minimal Quantity Lubrication (MQL) met penetrerende smeermiddelen |
| Tandwielkasten | Olieoxidatie**, lekkage, deeltjesverontreiniging | Semi-vloeibare vetten om lekkage te voorkomen en de levensduur te verlengen |
* Hoe u over- of ondersmering voorkomt
** Oxidatie versus thermische degradatie in smeermiddelen: oorzaken, effecten en hoe deze te beheersen.
Waarom gerichte smering loont
Het Pareto-principe laat zien dat onderhoudsteams niet méér hoeven te doen, maar slimmer. De sleutel ligt in:
- Standaardisatie en beheersing → smeerpunten, tagging, routes, frequenties en verantwoordelijkheden worden gedefinieerd, gedocumenteerd en beheerd in smeermanagementsoftware zoals ILAC®. Dit creëert consistentie, traceerbaarheid en controle, ondersteund op de werkvloer door 6S-principes.
- Precisiesmering → MicPol®-technologie versterkt de smeerfilm en hecht zich aan oppervlakken, waardoor betrouwbare prestaties worden ondersteund onder belasting, bij vocht en tijdens reinigingsprocessen.
- Strategisch onderhoud → LaaS® (Lubrication as a Service) stemt smeerbeheer af op de Optimum Reference State (ORS).
- Gestructureerd smeerbeheer → in lijn met de principes van ICML 55.
Impact op arbeidstijd, energie en kosten
Met personeelstekorten telt ieder uur. Door de kritische oorzaken aan te pakken:
- neemt het aantal noodinterventies af
- winnen teams tientallen uren per maand terug
- komt er meer capaciteit beschikbaar voor gepland onderhoud
Daarnaast levert precisiesmering bij geselecteerde aandrijvingen vaak 3–8% energiebesparing op, direct meetbaar in kWh en CO₂-reductie.
Conclusie
Het Pareto-principe laat zien dat een beperkt aantal dominante, beheersbare oorzaken — met name contaminatie, smeergerelateerde problemen en montagefouten — verantwoordelijk is voor een onevenredig groot deel van de storingen in lagers, kettingen en tandwielkasten.
Door hierop te focussen en te werken volgens de principes van de Optimum Reference State (ORS) bereiken onderhoudsteams een hogere betrouwbaarheid, lagere kosten en een effectiever gebruik van schaarse arbeidscapaciteit.
Wilt u weten waar de 80/20-kansen in uw fabriek liggen?
Bronnen:
Gebaseerd op industriële faalanalyses en gangbare praktijken binnen reliability engineering, waaronder de lagerfaalclassificaties van SKF en literatuur over smeerbetrouwbaarheid. Percentages zijn indicatief en variëren per toepassing en bedrijfsomstandigheden.
Auteur: Janneke van der Pol, MLT I
Veelgestelde vragen
Dat is een veelgestelde en terechte vraag. In de praktijk blijkt dat het juist loont om de beperkte groep oorzaken te identificeren die het grootste deel van de storingen veroorzaakt. In veel industriële omgevingen zijn het namelijk steeds dezelfde terugkerende problemen — bijvoorbeeld contaminatie, onjuiste smering of montagefouten — die een groot deel van de stilstand veroorzaken.
Wanneer onderhoudsteams deze dominante oorzaken gericht aanpakken, leidt dat vaak tot:
- minder ongeplande stilstand
- minder noodinterventies
- minder tijd besteed aan terugkerende problemen
- meer capaciteit voor gepland onderhoud
Het analyseren van deze kritische 20% hoeft bovendien geen complex of tijdrovend traject te zijn. Vaak kan al met bestaande onderhoudsdata, een korte baseline-analyse van smeerpunten en een praktische review van smeerpraktijken snel zichtbaar worden waar de grootste risico’s en verbeterkansen liggen.
Door uw aandacht te richten op de factoren met de grootste impact, kan een relatief kleine inspanning een disproportioneel groot effect hebben op betrouwbaarheid, onderhoudskosten en inzet van personeel.
U herkent deze meestal door te kijken naar terugkerende patronen in storingen en onderhoudsdata. In de praktijk blijkt vaak dat een beperkt aantal problemen steeds opnieuw voorkomt en daardoor een groot deel van de stilstand veroorzaakt.
Enkele praktische stappen:
- Analyseer storings- en onderhoudsregistraties
Kijk welke machines vaker uitvallen dan gemiddeld of verantwoordelijk zijn voor een groot deel van de stilstand. - Zoek naar terugkerende patronen
Bijvoorbeeld lagers die regelmatig vervangen moeten worden, kettingen die snel uitrekken of tandwielkasten die lekkages vertonen. - Groepeer storingen per oorzaak
Veel storingen vallen uiteindelijk in enkele categorieën, zoals contaminatie, smeerproblemen, montage- of uitlijnfouten. - Voer een korte baseline-analyse uit
Een gestructureerde beoordeling van smeerpunten, smeerpraktijken en productkeuze laat vaak snel zien waar de grootste risico’s zitten.
Door deze informatie te combineren wordt meestal snel duidelijk welke beperkte groep oorzaken verantwoordelijk is voor het grootste deel van de stilstand — precies het principe achter de 80/20-regel.
De Optimum Reference State (ORS) beschrijft de gewenste onderhoudstoestand waarin een asset zo betrouwbaar en efficiënt mogelijk functioneert. Het vormt een praktische referentiestandaard, geen theoretisch ideaal.
In de ORS is het juiste smeermiddel geselecteerd, wordt het in de juiste hoeveelheid en op de juiste manier toegepast, en wordt het beschermd tegen contaminatie. Daarnaast zijn correcte montage, uitlijning en procesbeheersing geborgd.
Voor onderhoudsteams biedt ORS een duidelijk referentiepunt: minder storingen, een langere levensduur van componenten en meer controle over tijd, kosten en betrouwbaarheid.